Vraag
Project Sleep begon niet als een digitale oefening. De kern lag ergens anders.
Aan de Universiteit Gent was er al een onderbouwde slaapinterventie voor scholen. Die was ontwikkeld in co-creatie met jongeren, leerkrachten en ouders, en gedragen door effect- en procesonderzoek. De inhoud stond er dus al. Alleen leefde die nog vooral in een offline werkelijkheid: materialen, lessen, afspraken, posters, flyers en begeleiding.
Zodra je zo'n methodiek breder wil laten landen, bots je op een ander soort vraag. Niet: werkt dit inhoudelijk? Wel: hoe maak je dit bruikbaar voor scholen die niet naast een onderzoeksteam zitten?
Een school die wil instappen, moet weten waar ze begint, wie ze betrekt, wat eerst komt, welk materiaal nodig is, hoe de planning loopt en wie wat kan zien of doen. Als die logica in hoofden, pdf's en losse documenten blijft zitten, wordt opschalen lastig.
Tegelijk mocht dit geen droog portaal worden. Project Sleep richt zich niet alleen tot onderzoekers of projectcoördinatoren. Ook schoolteams en jongeren moesten er hun weg in vinden. De visuele uitstraling was dus geen detail. Als het platform te administratief of te klinisch aanvoelde, verloor het project precies een deel van zijn kracht.
De echte vraag was voor ons dan ook niet: kunnen jullie een website bouwen?
De echte vraag was: kunnen jullie een beproefde offline methodiek omzetten naar een digitaal hulpmiddel dat scholen stap voor stap ondersteunt, en dat tegelijk goed aanvoelt voor de mensen die ermee moeten werken?